CV Edwin Kessels

Met behulp van Clufvy kan vooraf aan een Real Application Cluster (RAC), worden bepaald of het systeem aan alle pre-requirements voldoet. De belangrijkste pre-requirements liggen op het gebied van de Netwerk-configuratie en User Equivalence, Cluvfy is een tool die met CRS (Cluster Readiness Services) wordt meegeleverd. Cluvfy is in de clu-directory van de installatie-set opgenomen en kan geinstalleerd worden door het unzippen van de file. Voordat Cluvfy kan worden uitgevoerd, is het van belang dat het environment goed wordt gezet. Zie de paragraaf ‘Activeren van de debugmode’ voor details.

Netwerk-configuratie

Bij het installeren van RAC is het van zeer groot belang dat de configuratie van beide netwerkkaarten in alle nodes van het cluster hetzelfde zijn. Met name de configuratie van VIP (virtual Ip Address) en de Interconnect (Oracle cache fusion) zijn van groot belang. Deze hostnamen en IP-adresses moeten ook zijn opgenomen in de hosts file op alle nodes van het cluster

User Equivalence

Een ander zeer belangrijk aspect is de zogenaamde User Equivalence. Kortweg houdt dit in dat de gebruiker waaronder Oracle (met name de Cluster Readiness Services) geinstalleerd gaat worden, op alle systemen dezelfde eigenschappen moet hebben. dit houdt ondermeer in dat het wachtwoord op alle nodes hetzelfde moet zijn. Op Unix geldt ook dat de UID (User ID) op alle nodes gelijk moet zijn, alsmede het GID (Group ID) van de DBA-groep.

Verder is van belang dat tussen de verschillende nodes een SSH (Secure Shell) en SCP (Secure Copy) verbinding mogelijk is, waarbij geen wachtwoord gevraagd wordt. Dit is belangrijk omdat tijdens de installatie van de eerste node, automatisch de software door de Oracle Installer naar de overige cluster-nodes wordt gekopieerd. In de meeste gevallen loopt Cluvfy stuk op de User Equivalence.

Activeren van de debugmode

Vaak is de feedback van Cluvfy zeer beperkt en kan op basis van de melding niet eenduidig worden bepaald waar het probleem precies ligt. Door middel van het activeren van de debugmode wordt gedetailleerd informatie gegeven met betrekking tot de uitgevoerde controles. De output van de debug is goed te interpreteren; het zijn geen dump-achtige zaken. Het is niet noodzakelijk om alles in de trace-file te bekijken. Het beste kan op errors of warnings gescand worden.

De trace-mode moet op operating system niveau worden geactiveerd. In onderstaand voorbeeeld wordt gebruik gemaakt van een Unix-platform. Voordat cluvfy kan worden uitgevoerd, moeten de variabelen CV_HOME (directory (CLU) waarin cluvfy is geinstalleerd en CV_JDKHOME (directory waarin een JDK geinstalleerd is):

Nadat het environment is goed gezet om cluvfy te kunnen uitvoeren, kan met de environment variabele SRVM_TRACE worden aangegeven dat gedetailleerde trace-informatie naar de trace-file geschreven wordt. De trace-file wordt aangemaakt in de trace-directory in de $CV_HOME directory:

De debugmode kan worden geactiveerd door de SRVM_TRACE variabele leeg te maken: