CV Edwin Kessels

Met behulp van het top-commando kan worden bepaald welke processen (taken) er op het systeem worden uitgevoerd en hoeveel resources (geheugen en CPU) hiervoor wordt gebruikt. Daarnaast wordt ook de gecumuleerde situatie aangeven: hoeveel geheugen wordt gebruikt en voor hoeveel procent is het systeem bezet. Het top-commando laat een momentopname zien. Standaard wordt de output van het top-commando ververst (om de paar seconden). De output van top bestaat uit twee hoofddelen: het bovenste deel van de output laat de gecumuleerde gegevens zien; het onderste deel van de output laat de resources en het daarbij behorende resource-gebruik zien. Daarnaast is er nog een deel (direct onder het bovenste deel) waarin commando’s kunnen worden ingevoerd.

Top: Systeem-samenvatting

Het bovenste deel van de top output bevat de samenvatting van het systeem. Dit ziet er als volgt uit:

  • 09:49:59 : systeemtijd
  • up 17 days,18:23 :  indicatie in dagen (17), uren (18) en minuten (23) sinds de laatste reboot van het system
  • 2 users : aantal gebruikers dat nu is aangelogd op het system (gebruik het commando who om te bepalen wie dit zijn)
  • load average-regel : Gemiddelde load (belasting) van het systeem: laatste minuut (0.33). laatste 5 minuten (0.22) en laatste 15 minuten (0.17)
  • Cpu(s)-regel : Procentueel CPU-gebruik: us = CPU gebruikt door User-processen, sy = CPU gebruikt door Systeem processen, id = percentage dat CPU niet gebruikt werd (Idle was)

Top: informatie over de processen

In het tweede deel van top, wordt de informatie over de processen getoond. De output is verdeeld in een aantal kolommen. Hieronder worden de standaard kolommen beschreven:

  • PID : het (uniek) ID van het process. PID staat voor Process IDentifier
  • PR (priority) : de prioriteit van het process.
  • NI (nice) :  de nice-waarde van het process. Een negatieve waarde geeft een hogere prioriteit aan. Een positieve waarde duidt op een lagere prioriteit
  • VIRT : De hoeveelheid virtueel geheugen (in KiloBytes) dat het proces gebruikt
  • RES : De hoeveelheid non-swapable geheugen (resident) dat het proces in gebruik heeft
  • SHR : De hoeveelheid shared memory dat het proces in gebruik heeft. Dit is de hoeveelheid geheugen die potentieel met andere processen gedeeld zou kunnen worden
  • S : Status van het proces: D=Uninterruptable sleep, R=Running, S=Sleeping, T=Traced of Stopped, Z=Zombie
  • %CPU : de hoeveelheid CPU als percentage van het totaal dat het proces gebruikt heeft sinds de laatste verversing van top
  • TIME+ : de totale CPU tijd die het proces heeft verbruikt (0:58.33 betekent 58 sec en 33 honderste van een seconde)
  • COMMAND : Commando wat wordt uitgevoerd

Sneltoetsen in top

  • <spatie> :  handmatige refresh van de output in top
  • q : afsluiten van top
  • h : helpfunctie van top
  • d : wijzigen van de ververs-interval (delaytime). De default is 3 seconden
  • P : Output sorteren op CPU-gebruik
  • M : Output sorteren op Memory-gebruik
  • f : Selecteren van velden in de output
  • u : Selecteren van een gebruiker waarvoor de processen getoond worden
  • r : instellen van de waarde voor nice. Een negatieve nice verhoogd de prioriteit; een positieve waarde verlaagd de prioriteit van een proces