CV Edwin Kessels

In dit artikel worden de meest essentiele srvctl-commando’s beschreven. Met behulp van deze srvctl-commando’s kunnen ondermeer resources zoals NodeApps, Listeners en Databases worden gestopt en gestart in een RAC omgeving. De volgende functionaliteiten komen aan bod:

  • Stoppen van NodeApps op een single node;
  • Starten van NodeApps op een single node;
  • Starten van de Oracle Instance op een single node;
  • Stoppen van een Oracle Database en bijbehorende gestarte Instances;
  • Starten van een Oracle Database en bijbehorende Instances op default nodes;
  • Stoppen van een Oracle Listener op een specifieke cluster node;
  • Stoppen van een Oracle Listener op een specifieke cluster node.

Actie: Stoppen van NodeApps op een single node

Commando :

Beschrijving :

Wanneer een NodeApps resource wordt gestopt, worden de volgende componenten automatisch gestopt (maken deel uit van de NodeApps):

  • Listener
  • GSD (Global Service Daemon)
  • ONS (Oracle Notification Service)
  • VIP (Virtual IP-address)
  • Instance

De database-resource wordt niet gestopt wanneer de NodeApps gestopt wordt.

Status after execution :

 

Actie : Starten van NodeApps op een single node

Commando :

Beschrijving :

Wanneer een NodeApps resource wordt gestopt, worden de volgende componenten automatisch gestopt (maken deel uit van de NodeApps):

  • Listener
  • GSD (Global Service Daemon)
  • ONS (Oracle Notification Service)
  • VIP (Virtual IP-address)
  • Instance

De database-resource wordt niet gestart wanneer de NodeApps gestopt wordt.

Status after execution :

Actie : Starten van de Oracle Instance op een single node

Commando :

Beschrijving :

Met behulp van dit commando wordt de Oracle Instance (orcl1) gestart. Met behulp van onderstaande parameters kan worden aangegeven welke Instance en Database gestart moet worden:

  • d=Database-name
  • i=Instance name

De Instance wordt op de default Node gestart.

Status after execution :

 

Actie : Stoppen van de Oracle Instance op een single node

Commando :

Beschrijving :

Met behulp van dit commando wordt de Oracle Instance (orcl1) gestopt. Met behulp van onderstaande parameters kan worden aangegeven welke Instance en Database gestart moet worden:

  • d=Database-name
  • i=Instance name

De Instance wordt op de default Node gestopt.

Status after execution :

 

Actie : Stoppen van een Oracle Database en bijbehorende gestarte Instances

Commando :

Beschrijving :

Dit commando stopt de door -d gespecificeerde Database en alle actieve Instances op de clusternodes

Status after execution :

Actie :

Starten van een Oracle Database en bijbehorende Instances op default nodes

Commando :

Beschrijving :

Dit commando start de door -d gespecificeerde Database en alle actieve Instances op de clusternodes

Status after execution :

Actie : Stoppen van een Oracle Listener op een specifieke cluster nodes

Commando :

Beschrijving :

Dit commando stopt alle geregisteerde Listeners op de met -n gespecificeerde cluster node. De Oracle listener is ook onderdeel van de NodeApps en kan ook op deze manier worden gestopt en worden gestart.

Status after execution :

Actie : Starten van een Oracle Listener op een specifieke cluster nodes

Commando :

Beschrijving :

Dit commando start alle geregisteerde Listeners op de met -n gespecificeerde cluster node. De Oracle listener is ook onderdeel van de NodeApps en kan ook op deze manier worden gestopt en worden gestart.

Status after execution :