CV Edwin Kessels

Met behulp van het alias-commando kan zelf een commando worden gedefinieerd. Een veelgebruikte alias is ll welke voor ‘ls -ltr’ staat. Een alias kan als volgt worden gedefinieerd:

Het is zelf mogelijk om meerdere commando’s met behulp van een alias uit te voeren. In dat geval moeten de commando’s worden gescheiden door een punt-komma:

In bovenstaande geval wordt de huidige directory naar de waarde van de variabele $ORACLE_HOME gezet. Met pwd (personal working directory=huidige directory) wordt deze directory nogmaals getoond.

Aliassen zijn gebruiker en sessie specifiek. Indien het commando alias wordt gegeven, wordt een overzicht getoond van de actieve aliassen:

Uit bovenstaande uitvoer blijkt dat er voor het commando ls ook een alias is gedefinieerd. Indien er een alias is met dezelfde naam als een bestaand commando, zal de alias voorrang krijgen. In Linux wordt de uitvoer van het ls-commando weergegeven in kleur (directories, files en links hebben een bepaalde kleur). Dit is niet standaard maar wordt bereikt door de voorrang van een alias.

Een alias kan worden gedeactiveerd door het unalias-commando. Als parameter moet de alias worden gespecificeerd, welke gedeactiveerd moet worden. Om weer het orginele ls-commando te krijgen (dus zonder de kleurenweergave), moet het volgende commando worden uitgevoerd:

Het is ook mogelijk om het originele commando voorrang te geven op de alias. Door tweemaal een enkele quote of een backslash () voor het commando te tikken, wordt het orginele commando uitgevoerd:

Indien een alias definitief gedefinieerd moet worden, moet het alias-commando (bijvoorbeeld ll=’ls -lrt’) worden opgenomen in het profile van de gebruiker.